Nieuwe dynamiek ontstaat in opsporing

23 september 2016 14:04 uur0 Waardering:

Nieuwe dynamiek ontstaat in opsporing Hoewel rapporten zeggen dat het niet goed gaat met de opsporing, toont de praktijk veelbelovende ontwikkelingen, innovatieve aanpakken en toenemende dynamiek en flexibiliteit. Positieve onrust dus.

Een aantal sprekers op ons jaarcongres Onrust in de Opsporing  laten kort hun licht schijnen op het centrale thema, geven een voorschot op hun bijdrage en op wat ze hopen dat het congres ze zal brengen op 4 november.

 

Een van de sprekers in de ochtend is Hans Lesscher, hoofd RIEC Rotterdam. Hij kijkt uit naar het congres en zijn optreden.

“Ik zal nog aardig moeten snijden in wat ik allemaal kan bedenken, maar mijn centrale lijn is wel duidelijk: ik zou de onrust willen beschouwen in het licht van ‘onderweg naar rust’. Dat vereist focus. Hoe zetten we stappen in die integraliteit van de aanpak, zonder dat het alleen bij woorden blijft?

Lesscher komt direct met een ambitieus voorstel: een jaarlijkse integrale monitor op georganiseerde criminaliteit in Nederland. “Stapel de gemeentelijk integrale ondermijningsbeelden eerst tot op eenheidsniveau en vervolgens landelijk, natuurlijk verrijkt met extra data, niet alleen juridisch maar met actuele gegevens van publiek-private partners, en met wetenschappelijke input van het WODC. Dat zie ik voor me.”

Lesscher erkent dat het allemaal misschien niet zo snel van de grond kan komen als hij zou willen. “Maar ik wil het wel delen met de zaal. Gebruikmaken van elkaars informatiepositie kan zoveel beter. Koppel bijvoorbeeld de ondermijningsbeelden van de RIEC’s samen met de gebiedsscan van de politie, en het nationaal dreigingsbeeld. Ik denk ook aan de verbinding tussen de recherche en de wijkagent. Dat probleem speelt toch ook al behoorlijk veel langer.”
Als gezegd, ambitieus, maar Lesscher hoopt dat de zaal erop zal willen reageren. “En laat dat vonkje dan maar ontstaan.”

Waar krijgt de opsporing in de praktijk van de tegenwoordige alledag allemaal mee te maken? Dat komt aan de orde in de vier workshops over Cyber, Finec, Burgeropsporing en Big data. De laatste zal vanwege de informatie die wordt gedeeld alleen toegankelijk zijn voor politie en OM.


Kom op 4 november naar het Jaarcongres. Meer informatie >>


 

Rob van Bree (recherchechef Eenheid Noord-Holland) is portefeuillehouder Intensivering Aanpak Cybercrime. Hij zal de workshop Cybercrime samen met Martijn Schuurbiers van Team High Tech Crime leiden.
Van Bree: “Ik wil bewustzijn creëren voor de wereld waarin we leven, want niet iedereen heeft goed op het netvlies hoezeer cybercrime al de criminaliteit beheerst. We doen het in de internationale vergelijkingen steeds heel goed. Maar er zijn reële voorspellingen dat over vijf jaar de helft van alle criminaliteit cyber-gerelateerd is. Dan zijn we er niet meer met vanuit één landelijk punt daar gespecialiseerd het gevecht mee aan te gaan. De andere eenheden zullen daar ook stappen in moeten gaan maken.”

Hoe ziet die wereld eruit, wat vindt daar eigenlijk plaats? Van Bree: “Daar is een lacune aan kennis, en ik zie tijdens bijeenkomsten dan ook altijd eerst een schrikreactie. Wat als een bank wordt gehackt, waardoor pinautomaten worden geopend? Over ondermijning gesproken…” Maar er liggen dus ook geweldige kansen voor de opsporing. “En dan heb je het meteen over publiek-private samenwerking, want wij zijn daarin als politie niet de specialist. Maar wij zullen dan ook de stap moeten maken om in samenwerking die weerbaarheid echt te vergroten. Daar laat ik graag voorbeelden van zien.”

Peter Caris, landelijk projectleider ‘Burger in de bijzondere opsporing’ geeft zijn workshop samen met Frank Debije van de Landelijke Eenheid, Afgeschermde Operaties.
Caris: “We hebben die burger nodig in de opsporing en laten daar kansen liggen. Van Traa ging over het verbod op criminele burgerinfiltranten. Maar we zijn daar zo van geschrokken, dat we dat ‘verbod’ hebben uitgebreid tot andere terreinen die helemaal niet verboden waren, zoals burgerinfiltratie, pseudokoop, dienstverlening, stelselmatige informatie-inwinning. En daarmee zijn we dus ‘vergeten’ hoe we de burger kunnen inzetten. Het heeft gewoonweg heel lang niet meer op ons netvlies gestaan als een volwaardig opsporingsmiddel. En met ‘ons’ bedoel ik zowel OM als politie.”

Caris’ functie is om het besef van die mogelijkheden weer terug te brengen tijdens voorlichtingsbijeenkomsten en vakmanschapsdagen. Het moet echt weer terug in de eenheden, in het dagelijkse politiewerk, zegt hij. Maar ook bij de top, want ook daar zit de huiver nog steeds diep. “Nu is de benodigde informatie, juridisch en anderszins, nog te verspreid voor mensen om een goed overzicht te hebben. Wij zijn bezig dat terug te brengen, zodat mensen weer vertrouwen krijgen en zodat er ook op gestuurd kan worden. Want het moet worden gefaciliteerd op strategisch-tactisch niveau. Dat wil ik natuurlijk ook graag laten zien tijdens die workshop.”


Kom op 4 november naar het Jaarcongres. Meer informatie >>


Hoogleraar Victimologie Jan van Dijk wil ’s middags plenair een positieve kanttekening maken: “Voorzover we weten, doen we het in internationaal vergelijk helemaal niet zo slecht.”
Van Dijk, met gevoel voor understatement: “Ik heb niet de indruk dat we hier te maken hebben met een beroepsgroep die goed in z’n vel zit. Maar het zijn toch geen omstandigheden als in de Van Traa-tijd? Dan is het voor een gedeelte dus ook een negatief verhaal dat men elkaar vertelt.”
Als Van Dijk een kritiekpunt heeft, geldt het zijn eigen vakgebied. “Ik zou het thema burgergericht werken wel nieuw leven ingeblazen willen zien, en dan in het bijzonder richting slachtoffers en aangevers. De wetgeving is daarin gewoon doorgegaan, maar in het discours van de politie lijkt dat wat weggevallen.”

Van Dijk denkt zelf dat de ‘law and order’-politiek vanuit het ministerie van de afgelopen jaren geen ruimte liet voor een dergelijke ‘softe’ target. “Daar heeft het departement in de dialoog met de politie in de afgelopen jaren echt steken laten vallen. Ze hadden bijvoorbeeld ook targets kunnen stellen over het aantal slachtoffers dat tevreden terugkijkt op de aangifte en het vervolg. Dat soort doelen is absoluut niet aan de orde geweest.”

De legitimiteit van de politie, ook in de opsporing, is ontzettend belangrijk, wil Van Dijk maar zeggen. En slachtofferbejegening is voor dat draagvlak het ideale instrument.

De hoogleraar hoop dat het congres zal bijdragen aan dergelijke nieuwe programma’s en initiatieven. Zeker ook richting een nieuwe leiding. “Want de politie kennende zullen initiatieven toch ook zeker top-down moeten worden geïmplementeerd.”

Hoofd recherche Zeeland-West-Brabant Rienk de Groot, komt ’s middags zeker met mooie voorbeelden van wat ‘positieve onrust’ in de opsporing vermag en wat dat van de organisatie vraagt.
“Natuurlijk schrik ik van Handelen naar Waarheid als ik het allemaal zo achter elkaar lees. Maar mag ik vanuit het negatieve een hoopvol geluid laten horen? Hier in Brabant hebben we het gedurende decennia laten gebeuren. We hebben oogjes dichtgeknepen, mensen in wijken of woonwagenkampen bij elkaar gestopt en ons niet met ze bemoeid. Daaruit zijn allengs gemeenschappen ontstaan met een ander moreel blikveld. En ook branches en organisaties en burgers daaromheen lieten dat op z’n beloop, omdat ze het ook niet zo goed wisten.”

“Dat morele proces keer je niet één-twee-drie om. Want als we het als hele gemeenschap hebben laten gebeuren, moeten we ook als hele gemeenschap dat tij keren. Het is ook echt een morele shift die moet plaatsvinden. Dan redt je het niet alleen meer met de klassieke strafrechtmiddelen en -organisaties.”

Het positieve is dat dat gebeurt, vindt De Groot. “Ondanks al die terechte kritiek, ondanks dat het niet zo snel kán gaan, we zijn wél aan de slag.” Hij roept op tot een coalition of the willing. “Ik wil geen tijd besteden aan mensen die tegenwerken.”

De Groot hoopt dat het congres daarbij inspiratie zal bieden, via discussie, via best practices.


Kom op 4 november naar het Jaarcongres. Meer informatie >>


Tot slot geeft dagvoorzitter Pieter Tops zijn visie op wat de dag zou kunnen brengen:
“Ik zou zelf een beetje los willen komen van het zelfbeklag van de politie,” zegt hij. “Het siert een organisatie als ze zichzelf een spiegel voorhoudt, maar het kan ook doorschieten. Natuurlijk kun je het hebben over leiderschap, over opleidingsniveau enzovoort, en natuurlijk kan het allemaal beter. Maar ik hoop dat we dat ook in het juiste perspectief kunnen plaatsen en ons af gaan vragen of dáárin nu de oplossing zit.”

Een aanzet tot wat de oplossing wél zou kunnen zijn (“het is maar één voorbeeld van wat we op het congres zouden moeten uitdiepen”) wil Tops wel geven: “Neem nu eens het feit dat de opsporing lang een enorm monopolie van de politieorganisatie is geweest. De politie bepaalde zelf welke zaken ze oppakte, op wat voor manier ze dat deed en hoe ze daar verantwoording over aflegde. Natuurlijk is er de formele rol van het OM, maar de politie heeft daarin altijd een hele belangrijke vinger in de pap gehad. Een dergelijk monopolie heeft prettige kanten, maar ook nogal demotiverende consequenties als het niet goed gaat.”

Tops ziet nieuw elan ontstaan: “De politie is dat monopolie kwijtgeraakt. Steeds meer partijen bemoeien zich ermee. Het lokale gezag gaat meepraten en meesturen, andere partijen doen een duit in het zakje. Dat heeft in het begin weleens tot weerstand geleid, maar er is nu een nieuwe dynamiek aan het ontstaan.”

Dat soort ontwikkelingen ziet Pieter Tops als de sleutel tot de vernieuwing van de opsporing: het gebruik van de impulsen van de ‘buitenwereld’. En natuurlijk loopt dat niet altijd soepel, natuurlijk moet dat zich nog ontwikkelen. “Daar zouden we het over kunnen hebben, wat mij betreft.”


Kom op 4 november naar het Jaarcongres. Meer informatie >>


0 reacties

Reageer op dit artikel