Kantoortuin ondermijnt kenniswerkers

Door Dr. Brigitte Bloem en Dr. Jos Lammers, 15 februari 2017 15:22 uur0 Waardering:

Kantoortuin ondermijnt kenniswerkers De kantoortuin is een kermis, kost meer dan het opbrengt en zeker niet de omgeving waar het belangrijkste werkkapitaal, de hersenen, optimaal functioneren.

De kantoortuin ontwikkelde zich aanvankelijk in Duitsland na de Tweede Wereldoorlog en het concept kwam tot bloei in de roerige jaren zestig. Alle vertrouwde conventies verdwenen: kerk, huwelijk, hiërarchieën. Ook de traditionele kantoorruimte moest eraan geloven. Weg van een topdown manier van leidinggeven; kleine kamertjes met muren werden als fascistisch gezien. Democratie op de werkvloer was het uitgangspunt: bazen en werkvloer bij elkaar in grote open ruimtes, gericht op informele communicatie, onderling overleg en samenwerking. De toenmalige ontwerpen van het Bürolandschaft leken op een uitvergroting onder een microscoop: een wirwar van bureaus, planten en open ruimtes waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Het idee erachter was dat een werknemer die zich prettig voelt meer tijd op de werkvloer zal rondbrengen.

 


Vijftig jaar later blijkt de kantoortuin viraal te zijn gegaan, ditmaal als vermomming van bezuinigingen. Het nieuwe werken is ingevoerd: steriele flexplekken in kantoortuinen met de mogelijkheid tot thuiswerken. Werkgevers denken dat kantoortuinen de kosten drukken: de dagelijkse bezetting is immers nooit 100%. Daarom blijven ze kantoren verbouwen tot onherbergzame ruimtes die trekjes vertonen van een legbatterij. En dat allemaal in weerwil van geluiden uit onderzoek die louter negatief zijn: gebrek aan privacy, lawaai en onrust leiden tot slechtere resultaten en een hoger ziekteverzuim.

 

Waarom werkt het niet? De rumoerige omgeving die kantoortuinen kenmerkt, blijkt haaks te staan op de wijze waarop de hersenen functioneren. De meeste werknemers zijn tegenwoordig kenniswerkers. Of dat nu in de zorg is, in de dienstverlening of in de logistiek, onze brains zijn ons belangrijkste werkkapitaal. En alleen wanneer onze hersenen in optimale omstandigheden verkeren, kunnen we taken goed uitvoeren. Professor Theo Compernoll beschrijft dat de hersenen in feite uit drie breinen bestaan: het reflexbrein, het beschouwende of denkende brein en het brein dat gegevens ordent en opslaat. De hersenen werken optimaal als ze één ding tegelijk doen en rustpauzes krijgen om zodoende productief en creatief te blijven.

 

 

Hij onderscheidt vier factoren die hij Brain Chains noemt, ketenen die de productiviteit van de hersenen ondermijnen: hyperconnectiviteit, multitasken, negatieve stress en slaapgebrek. Het hele plaatje past in de moderne tijd: hoewel de hersenen rust nodig hebben doen we steeds meer dingen tegelijk. We communiceren voortdurend, via mail, smartphone, van mens tot mens, en van mens tot machine. Het heeft geleid tot een nieuwe generatie, de generatie HD (Head Down, de mens die altijd met het hoofd gebogen over de smartphone hangt om de laatste updates maar niet te hoeven missen. Bij jongeren heeft het geleid tot een gefragmenteerd brein waarmee coherent denken bijna tot het verleden behoort. De hele dag komt ad hoc informatie binnen. Hyperconnectiviteit, het altijd in verbinding staan met anderen, gaat hand in hand met multitasken. We zijn gewend om overal snel op te reageren en doen veel dingen tegelijk, (mail checken en bellen). Dit vraagt weinig inspanning en het stress niveau is laag, maar we maken meer fouten. Het reflexbrein speelt een centrale rol: het reageert voortdurend op ad hoc prikkels en dit leidt steeds tot een korte beloning in de hersenen. Daarmee overheerst het de andere twee breinen, die niet tot rust kunnen komen.

 

Het ligt voor de hand dat de kantoortuin een 'breinvijand' is, een hersenmartelkamer. Onrust, versterkt door gebruik van allerlei vormen van multimedia, maakt dat mensen zich nog maar drie minuten kunnen concentreren; het kost veel moeite en tijd, minimaal 20 minuten, om de aandacht weer terug te krijgen. Dit levert werkstress op waardoor slaapklachten ontstaan. En hierdoor ontstaat weer werkstress met een vicieuze cirkel tot gevolg: recent promotieonderzoek ondersteunt dit.


Compernolle stelt dat directeuren van dierentuinen meer kennis hebben van de aangeboren behoeften van hun dieren, dan directeuren van bedrijven hebben van hun werknemers. Kooien voor dieren zijn daarom beter ingericht dan moderne kantoren voor mensen. De kermis waarin spaarzame werkgevers hun kenniswerkers denken te laten werken is een kat in de zak: kantoortuinen kosten in alle opzichten meer dan ze opleveren. Zoals Einstein al zei: ”Ik ben niet speciaal heel slim, ik neem alleen langer de tijd om aandacht aan problemen te besteden.”

 

 

 

 

 

0 reacties

Reageer op dit artikel