Diversiteit en verbinding: geen woorden maar daden

Door Jaco van Hoorn, 10 februari 2017 14:12 uur1 Waardering:

Diversiteit en verbinding: geen woorden maar daden Teveel collega's verlaten vroegtijdig de dienst. Het is ronduit verwerpelijk dat dit voor een deel veroorzaakt wordt door een interne cultuur, waarin foute grappen en discriminatie bedoeld of onbedoeld kan blijven bestaan.

Als de politie haar ideeën rond diversiteit niet daadkrachtig omzet in daden, dreigt ze de verbinding met belangrijke delen van de samenleving te verliezen. Max Daniel luidde de noodklok en hij kreeg bijval van de korpschef en de Pharessiagroep. De alarmering volgt op eerdere gesprekken binnen de politietop, waarin de stellingname van Max Daniel volledig wordt gedeeld. Het is niet goed dat de leiding van de politie wordt gedomineerd door blanke witte mannen. Het binnenhalen van collega's met een andere etnische achtergrond verloopt te traag. Teveel van deze collega's verlaten vroegtijdig de dienst. Het is ronduit verwerpelijk dat dit voor een deel veroorzaakt wordt door een interne cultuur, waarin foute grappen en discriminatie bedoeld of onbedoeld kan blijven bestaan. Ik sluit me volledig aan bij deze zorgen en ik deel de mening dat hierin met kracht verandering moet worden gebracht.

 

Verbinding en vertrouwen

De belangen zijn groot, de voordelen meervoudig. Alle collega's moeten zich gerespecteerd en gewaardeerd voelen voor de bijdrage die zij leveren. Daarin hebben deze collega’s vanuit hun biculturele achtergrond bijzondere kwaliteiten. Die kwaliteiten dragen intern bij aan een rijkere cultuur en extern aan een betere legitimiteit. Bovendien helpen zij om te komen tot beter politiewerk.

En inderdaad, verbinding met alle delen van de samenleving is voor de politie van essentieel belang. Loopt die verbinding terug, dan loopt het vertrouwen in de politie terug. Het lijkt erop dat dit bij bepaalde bevolkingsgroepen gebeurt. En gebrek aan vertrouwen vanuit (delen van) de samenleving maakt het niet mogelijk om de politie te zijn die we willen zijn: dienstbaar aan de burger. Als leiding van de politie staan we dus voor de ongekende uitdaging om hier op meerdere manieren acties aan te verbinden.

 

Meer dan diversiteit

Die actie moet in de eerste plaats leiden tot meer diversiteit onder de medewerkers. Toch, als het om die verbinding gaat, heb ik de neiging om het probleem niet uitsluitend te verengen tot het vraagstuk van meer interne diversiteit. Er spelen nog twee factoren een rol. Dat is enerzijds de manier waarop de politie überhaupt verbinding zoekt met de samenleving en anderzijds de manier waarop politiewerk zich lijkt te ontwikkelen. Op beide wil ik ingaan.

 

Positie tot de samenleving

In de jaren zeventig stond de politie behoorlijk tegenover de samenleving. Door nieuwe ideeën over wijkgebonden politiezorg zocht de politie meer verbinding. Dit werd, vooral in de jaren tachtig, op verschillende manieren zichtbaar. Ik noem slechts een aantal voorbeelden. De politie probeerde aan de voorkant van de veiligheidsproblemen te komen; er werd breed ingezet op bijv. Voorkoming Misdrijven. Daarnaast pionierde de politie met wat we nu de integrale benadering noemen: we zochten partners rond een gedeeld probleem en stimuleerden het samen zoeken naar oplossingen. Ook gaf de politie les in groep 8 van de basisschool.

Dit soort activiteiten zijn in de loop der jaren terug gedrongen. Onder invloed van kerntakendiscussies werd beredeneerd wat bijdroeg aan de resultaten van de politie en wat niet. De regie op integrale veiligheid verschoof naar de burgemeester. Piet van Reenen beschrijft in zijn recente boek 'Politiechefs' (2016) hoe ook de sturing op het politiewerk zelf werd verlegd naar het bestuur en politiek. Daarmee, zegt hij, werd de politie onteigend. En ook ontzield, als gevolg van al te rigoureuze resultaatsturing die voorbij ging aan de complexiteit en het morele gehalte van politiewerk. De Nationale Politie, met al zijn voordelen, heeft dit verder versterkt, want de politie kwam daarmee in de directe invloedssfeer van Minister en Tweede Kamer.

 

Vernieuwde relaties

Eerder, in 2015, schreef ik over de toenemende kritiek op de politie in politiek, bij het bestuur en in de media. Ik besloot met de voorzichtige analyse dat deze toename van kritiek wellicht te maken had met het feit dat met de komst van de Nationale Politie bestaande verbindingen onder druk zijn komen te staan. De oorzaak ligt in het feit dat basisteams, districten en eenheden veranderden van schaal en specialistische diensten werden anders georganiseerd. Dat heeft onmiskenbaar gevolg gehad voor de kwaliteit van netwerken en ik stelde voor om ons in de komende tijd nauwgezet te gaan richten op het versterken van onze verbinding met de samenleving. Die oproep lijkt me nog steeds actueel en zonder een pleidooi te willen doen voor al het oude lijkt het me bovendien zinvol om nog eens te heroverwegen hoe we vroegtijdig in contact kunnen komen met mensen uit bepaalde bevolkingsgroepen. Juist in het teken van relatie aangaan lijken me bijvoorbeeld schoolbezoeken in groep 8 of in de brugklas zeker het heroverwegen waard. De invloed op vertrouwen in de politie zou wel eens groter kunnen zijn dan we denken.

 

Ontwikkelingen in het politievak

Dan het tweede punt, over ontwikkelingen in het politievak. Er zijn in de afgelopen decennia nogal wat boodschappen aan politiemensen meegegeven. Eerder beschreef ik hoe de politie beleidsdoelen werden opgelegd, dus er moesten targets worden gehaald. Bovendien werd het discours bepaald door termen als actieplannen en stevig aanpakken. Er ontstond een discussie over het gezag van de politie en de boodschap was dat wij de baas op straat moeten zijn. Geweld tegen politiemensen werd verfoeid, en terecht! We kozen voor een persoonsgerichte benadering, criminelen moesten last van ons krijgen in plaats van andersom. Misdaad mocht niet lonen, grote auto's werden in beslag genomen, we noemden het de patseraanpak. We zijn meer pro-actief, goed politiewerk kreeg nieuwe dimensies in heterdaadkracht en tegenhouden. Bij de beroepsvaardigheidstraining leerden we dat aanhoudingsvuur mag!


Ik voel sympathie bij meerdere van deze ontwikkelingen. Tegelijkertijd, en dat is mijn punt, mogen we onze ogen niet sluiten voor de tegenkant ervan. De filosoof Hans Achterhuis waarschuwde in Met alle geweld (2008), zijn vuistdikke studie over geweld, nog voordat tot Nationale Politie was besloten: 'een centraal aangestuurde politie heeft het risico in zich om een gewelddadiger politie te worden'. En dat is wat ik ook meen te zien. Niet direct in geweldstoepassing en natuurlijk niet altijd en niet bij alle collega's, maar wel langzaam meer en meer. Een trend dat optreden langzaam harder wordt, korter voor de kar, minder empathisch. Steeds meer nadruk op waakzaam dan op dienstbaar, terwijl de bijzondere kracht van onze politie ligt in het briljante evenwicht tussen deze begrippen. Het risico is dat de gevolgen hiervan het meest gevoeld worden in onze bijzondere bevolkingsgroepen. Laat de recente aandacht voor etnisch profilering zich ook niet hierdoor verklaren? Door minder verbinding en strakker optreden?

 

Identiteit

De vraag wie wij willen zijn en hoe we daaraan vorm geven blijft belangrijkste vraag voor de politietop. Overigens, niet alleen voor de top, maar voor het gehele politieleiderschap. En overigens, eigenlijk voor elke diender. We helpen elkaar door daar het gesprek over te voeren. Dan moet het erover gaan, hoe we die balans tussen waakzaam en dienstbaar handhaven en hoe dat in de dagelijkse politiepraktijk van onze dienders vorm krijgt. Dan gaat het over hoe we staan voor waarden van de rechtstaat en wat dat betekent, over wat dienstverlening in het alledaags handelen betekent. Hans Vissers, politiechef van Zeeland-West-Brabant, introduceert de gerechtvaardigde verwachting van de burger als leidend beginsel en maat voor goed politiewerk.

Een meer diverse samenstelling van ons korps helpt onmiskenbaar, maar het is niet het enige om de uiterste noodzakelijke verbinding met de samenleving op hoog niveau te houden. De uitnodiging aan mijn collega’s is om ‘het spel breed te houden.

 

 

 

 

 

 

 

 

1 reacties

Het voormalige LECD leverde ooit " politie voor een ieder " op.

Een visie gedeeld door dik 600 politiemensen.
De onderdelen die beschreven zijn in uw artikel
staan daarin uitgebreid beschreven met daaraan gekoppeld passende actie.
Woorden en daden dus!

Toen het LECD op hield te bestaan, heeft niemand van de
Nationale Politie vervolg gegeven aan het werk van het LECD.
Ik hoop dat uw schrijven en " politie voor een ieder" van het LECD
Met elkaar worden verbonden om zo die broodnodige verbinding met de samenleving te versterken.
Succes!!
Ik heb een klacht over deze reactieInge te Brake op 11 februari 2017 21:39 uur

Reageer op dit artikel